Dieren houden niet van drones

Wat een verrassing. Je gaat naar een nationaal park en hoopt er de pure natuur te vinden. Dan staat er bij de ingang een verbodsteken. ‘Moet dat nu ook al gezegd worden?’ vroeg ik me af.

Helaas, een uur wandelen verder doorheen valei en berg, zagen we een paar jongeren die het leuk vonden om met hun drone een aantal dieren vanuit de lucht te filmen. We leerden van parkwachters hoe dieren opgeschrikt worden door drones en angstig weglopen. Dieren houden niet van drones, dat is duidelijk.

Ik ben met hen gaan praten en gewezen op het verbodsteken. Dat is mijn manier om iets te doen met mijn ergernis. Uit het praatje bleek hoe onschuldig ze het vinden om met het nieuwe speeltje te experimenteren. ‘Vinden jullie het leuk om door een vreemde gefilmd te worden vanuit de lucht?’ vroeg ik. Ik zag ze nadenken toen ze vertelden dat er op het strand op hun zomervakantie veel gedroned werd.

Ik heb nu al twee maal meegemaakt door een drone achtervolgt te worden. Mensen vinden het leuk om op een strand, in een park of ander publiek domein vanuit de lucht te filmen en dan mensen als doelwit te nemen. Ze doen dat natuurlijk al spelend en niet voor lang maar ik vond het behoorlijk eng.

Eerste komt er een gezoem van een bij in mijn oor. Ik begin rond te kijken ‘he wat is dat?’ Ik denk dat het een bij is, maar het aanhoudend en monotoom geluid doet me dan in de lucht kijken. Nauwelijks te zien maar wel goed te horen, daar hangt het boven me, tien meter in de lucht. Ik kan er niet aan. Ik weet dat ik bekeken en gefilmd wordt. Mijn rust is verstoord. Ik kan ook niet weg, het telegeleid ding volgt. Ik zou het liefst dat ding uit de lucht schieten.

Bij beide drone evaringen werd ik behoorlijk verontwaardigd. Ik begreep plots het big brother gevoel en vooral de totale onmacht om onzichtbaar te zijn voor het publieke oog.

Waar gaat dit naar toe? Gaan we nu overal gezoem in de lucht beginnen horen? Nu nog camera drones, binnenkort taxidrones die mensen vervoeren?

Daar heb ik nog het meeste angst voor. Ik wil de lucht boven mijn privéruimte vrij. Ik kan die ruimte niet bezitten, want het is publiek goed.

We hadden het er thuis over aan tafel. Ik vroeg aan Kian, 8 jaar, of hij dat niet eng vond. Stel dat je op het strand aan het spelen bent je wordt door een drone gefilmd. ‘Ho neen’ zei hij, ‘ik zwaai dan eens’.

Zijn antwoord verontrust me nog meer dan de drones zelf. Zou het zo zijn dat deze generatie ook weer zal wennen aan deze lawaaibron, aan deze vorm van bekeken worden, aan dit gebruik van een gemeeschappelijk goed?

Net zoals wij al gewend zijn aan alle camera’s in het straatbeeld en gebouwen.

Mensen spelen zo graag met nieuwe snufjes en de mens went zo makkelijk aan nieuwe dingen.

Hebben wij het vermogen om onze eigen technische ontwikkelingen te managen? Vraagt dit een beschermende overheidsregel?

En waar kan ik me verstoppen?

 

Interessant? Deel deze pagina!

Een reactie plaatsen